Tekstgrootte
Na de succesvolle afronding van de pilot Tweetalig Primair Onderwijs (TPO) is de wet aangepast. Hierdoor kunnen basisscholen onder bepaalde voorwaarden structureel een tweede onderwijstaal (Engels, Frans of Duits) gebruiken voor maximaal 50% van de onderwijstijd. Voorheen was dit beperkt tot 15%.
Wij zijn trots dat wij gedurende acht jaar deel hebben mogen uitmaken van deze pilot. De positieve resultaten van het onderzoek hebben laten zien dat tweetalig onderwijs een belangrijke bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Het is dan ook bijzonder mooi dat de ervaringen en onderzoeksresultaten van de deelnemende scholen hebben bijgedragen aan deze wetswijziging, waardoor tweetalig onderwijs nu een structurele plaats heeft gekregen binnen het primair onderwijs.
Acht jaar lang maakten wij deel uit van de pilot Tweetalig Primair Onderwijs (TPO). Deze pilot werd geleid door een consortium van onderzoekers van ITS, de Universiteit Maastricht, de Radboud Universiteit, het Expertisecentrum en GION (Universiteit Utrecht), in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Samen hebben zij het onderzoekstraject opgezet onder de naam FOTO (Flankerend Onderzoek Tweetalig Primair Onderwijs).
Voor deze pilot zijn de volgende hoofdvraag en deelvragen geformuleerd:
Hoofdvraag:Hoe wordt TPO vormgegeven en wat is het effect op de Engelse en Nederlandse taalvaardigheid?
Deelvragen:
Naast de experimentele groep van twaalf scholen die met TPO zijn gestart, waren er twee controlegroepen. De eerste groep bestond uit scholen die vanaf groep 1 met vroeg vreemdetalenonderwijs (VVTO) Engels (60 minuten Engels per week) begonnen. De tweede groep kende geen programma voor Engels in de onderbouw.
Deze drie groepen zijn acht jaar lang gevolgd op zowel hun Nederlandse als Engelse basisvaardigheden. Hieronder vindt u het uitgebreide rapport met de resultaten van deze metingen van het Flankerend Onderzoek Tweetalig Primair Onderwijs (FOTO).